Bitterballen

Met een cocktailprikker friemelt hij het vlees uit de bitterbal. Het is onze eerste date. Ik ben vegetariër. Vandaar dat ik mij afvraag hoe iemand überhaupt zoiets kan eten. Maar nog verbaasder ben ik over het feit dat de man zo op kan gaan in dat friemelen. Het heeft ook wel iets vertederends. Ziet hij bij mij ook rare dingen? Ik vraag het hem. ‘Ja, natuurlijk’ zegt ie. Maar wat? ‘Dat zegt ik niet’.

Even terug in de tijd. Ik werd geïnterviewd voor de radio. De verslaggeefster wilde weten hoe internet dating werkt. Dus ik deed het voor en vertelde er iets over. Voordat we zijn foto konden zien, moesten ik twee keer tien minuten chatten. ‘Oh, hij is best leuk!’ hoorde ik mezelf de volgende dag roepen op radio 1. Een programma over de liefde. En zo begon het. Heen en weer getyp. Verder de diepte in, zoals dat  gaat met nieuwe contacten. Het klikte verbazingwekkend goed. De raakvlakken leken te mooi om waar te zijn. De dag erna weer chatten. En ook bellen. Zijn stem klonk goed. Diezelfde avond spraken we af.

Tien jaar jonger zou ik hem zo geven. Interim manager. Hij peutert verder in de bitterbal. Vader en zelfs al opa. Volgend jaar wil hij een Maserati kopen. ‘Heb je een midlife crise?’ vraag ik hem. ‘Nee, die heb ik al achter de rug’ zegt hij. We lachen. Wat we via de chat al hebben doorgenomen herhalen we nu real live. Gewoon om alles in de realiteit te plaatsen. Dat stomme virtuele contact ook.

Nu het gezicht, uitdrukkingen en de feromonen erbij zijn, blijkt hij niet zo leuk als ik dacht. Bijna waren we virtueel getrouwd. De klik leek een feit. Na ongeveer 20 minuten laat ik vallen dat we misschien zakelijk iets kunnen opbouwen. ‘Met andere woorden. Die klik op dat andere vlak is er niet?’ We barsten beiden in lachen uit. De kogel is door de kerk. ‘Dan kan het nu leuk worden’, roept hij uit. En inderdaad de spanning is weggevallen. Ik kan mezelf zijn, hij ook. Wat is het toch bijzonder leuk om mensen te ontmoeten.

Zeevlammen


De witte hengst met de prins erop zou Station HS binnenstormen, zo liet hij mij per sms weten. Ik was de prinses natuurlijk en wachtte hem voor deze bijzondere gelegenheid op in Burger King. Romantisch? Nou, er was gewoon nergens een plek waar ik kon werken. Toen ik het hoevegetrappel hoorde en zijn blik de mijne kruiste, wist ik: dit voelt goed! Inderdaad, ik geloof nog steeds in sprookjes. Prins was relaxed en vrolijk, onderweg in de tram naar Scheveningen strand.

Zonaanbidders lagen alweer enthousiast op windstille plekjes achter glas. De geur van zonnebrandolie zorgde voor een zomerse sfeer. Prins en ik begonnen aan een wandeling op blote voeten. Al snel werden we overvallen door een dikke laag mist vanuit zee. De sfeer werd magisch. Alsof Guineverre zo uit haar bootje zou stappen en Koning Arthur (of was het ridder Lancelot?) haar liefdevol in zijn armen zou sluiten. Daar aan het einde van de wereld, of aan het begin, het is maar hoe je het ziet. Telkens opnieuw tekenden vervreemdende filmscènes zich voor onze ogen af. Iedereen bleek verrast door de mist.

Een vrouw zat op een heuveltje wezenloos voor zich uit te staren. Alsof ze in de eeuwigheid op haar echtgenoot van zee bleef wachten. Twee honden kwamen ons blaffend tegemoet. “Wat is er gebeurd? Weten jullie wat er aan de hand is?” vroeg de vrouw. We stelden haar gerust en liepen verder. Prins en ik praatten over ons beider verlangen om vanuit de diepte te verbinden.

In de duinen liepen eenzame, dolende mannen rond op zoek naar ontmoetingen van liefde. Boven ons ontmoetten ook de vogels elkaar, in vlagen voor ’t oog zichtbaar. Liggend op een dekentje las prins een gedicht van Szymborska voor. Verdrinkend in elkaars ogen wilden we het nu vangen. Dit moment zou altijd blijven bestaan, toch? Het werd kouder.

Tijdens een cursus frisbeeën bij de LOI had prins ‘De swing’ geleerd. In een hilarisch theaterstuk speelden we om en om deze scène. Warm kregen we het dus snel weer. Later dronken we witte wijn en aten pizza’s onder dekentjes met uitzicht op zee. Onze lichamen hadden elkaar nodig om warm te blijven. De zeevlammen trokken langzaam op. We vingen nog net een glimp op van de zon die in zee onder ging.