De helden uit mijn columns

Het is de kwakkelzomer van 2012. Maar droog is het voor de verandering wel. Gelukkig, want op het programma staat ook een barbecue. Ik ben te gast bij een Beschermd Wonen voorziening van Pameijer in Rotterdam-Zuid. De voorziening wordt vooruitstrevend genoemd. Ik hoor woorden als ‘creativiteit’, ‘gelijkwaardigheid’ en de dakloze medemens als ‘klant’. Dat doet me goed. De mens centraal, niet het instituut of de regels. Vanavond lees ik hier mijn columns voor.

Ik geloof in hoogwaardige ontmoetingen.

Daarover gaan mijn columns. Ontmoetingen in het nu. Aandacht voor het onbekende. Liefde voor een vreemde. Jezelf zien in de ander. Want – jij bent steeds de ander. In het begin vond ik het heel spannend om deze ontmoetingen met anderen te delen. Angst voor afwijzing. Bang om raar gevonden te worden.

Tijd voor een experiment.

Laat ik dan juist een volgende stap zetten, dacht ik, toen ik gebeld werd. Publiceren over ontmoetingen lukt mij nu wel. Maar hoe zou het zijn om mijn columns voor te dragen? Mijn verhalen als introductie op een serieus gesprek tussen bewoners en begeleiders. Om het gesprek op gang te helpen… om mensen te raken… om de ontmoetingen opnieuw te beleven… Gewoon omdat het leuk is. Resultaat? Experiment geslaagd.

Be free.

De clip van Major Lazer – Be Free – sluit mooi aan bij mijn verhaal.

 

 

 

 

 

 

Sprookjesfiguur

 

Plotseling staan we samen in de grauwe, deprimerend aandoende gang van het sociaal pension. Er is niet veel licht. Om elkaar goed te kunnen aanschouwen turen we daarom naar elkaar met half dichtgeknepen ogen. Hij staat aan het eind van de gang, ik ergens in het midden.

Als een sprookjesfiguur, net uit een boek  gestapt zegt hij: “Hallo! Heb ik u al eens ontmoet?” Een beetje met de stem van Ti Ta Tovenaar, waardoor mijn aandacht bij hem blijft. Hij maakt het gebaar van een verrekijker bij zijn ogen en maakt een soort dansje. Heel grappig en ik lach dan ook naar hem. “Ik moet even goed kijken hoor!” roept hij en sluit de deur van de kamer waar hij zojuist uit komt. De man komt dichterbij om mij van top tot teen te bekijken en kijkt met pretoogjes. Ook hij lijkt de situatie grappig te vinden.

“Nou en dan zeg ik altijd….”  In rap, accentloos Frans volgt een heel verhaal. Het gaat te snel voor mij en kan het niet helemaal verstaan. In de laatste zin heeft hij het over een rendez-vous. Waarschijnlijk omdat hij mijn verbaasde blik ziet vervolgt hij in het Nederlands: “Ik ken u uit een vorig leven. Toen hebben wij elkaar ontmoet. Ik ben gereïncarneerd.” “Dat kan,” antwoord ik, en schud de hand die hij mij aanreikt. Zijn andere hand legt hij vervolgens zachtjes op mijn schouder. Alsof hij mij iets serieus gaat mededelen. “Wat ben ik blij dat ik jou vandaag ontmoet zeg.” Ik heb geen idee waar hij het over heeft maar ik voel me blij worden. Waarom eigenlijk? Op dit moment voelt het goed. Het lijkt mij zo’n lieve man. Hij geeft een kusje in de lucht, duidelijk voor mij bestemd. En weer maakt hij een dansje.

“Hoe heet jij?” Vraagt hij en stelt zich voor. Zijn naam klinkt als Johannes Paul de zevende, maar ze noemen hem Joop. Niet echt logisch dus. We kijken elkaar nog eens goed aan waarna we onze weg vervolgen. Hij gaat terug naar zijn kamer, ik naar huis. Bij het wegloop zwaaien we naar elkaar. “Dag meneer, nog een fijne dag!” Hij zegt hetzelfde maar net iets eerder dan ik.

Gepubliceerd in Dagblad De Pers 4 maart 2010