Drie generaties aan het woord over oorlog en herdenking

 

Schermafbeelding 2018-04-03 om 10.27.44

Het bombardement van Bospolder-Tussendijken is alweer 75 jaar geleden, maar heeft de hoofden nog lang niet verlaten. Derek Otte: ‘Laat verhalen nieuwe verbindingen leggen. Tussen toen en nu en tussen daar en hier. ‘

Nu de datum van de herdenking dichterbij komt, komen de verhalen los. Over kolen zeven voor een brandende kachel, bollen eten en het smullen van pulp pannenkoekjes in de hongerwinter, omdat er verder niets was. Mevrouw Tjabring-Smit haalt graag herinneringen op. Dochter Erna vindt het belangrijk om meer te herdenken dan alleen de Tweede Wereldoorlog. En kleinzoon Derek grijpt elke gelegenheid aan om door verhalen de verbinding tussen mensen te leggen. We spreken elkaar in het huis van de Rotterdamse stadsdichter.

Welke rol speelt de Tweede Wereldoorlog bij jullie?
Derek: ‘Bij ons in de familie zijn het eigenlijk drie bijzondere dagen. Dodenherdenking is op 4 mei. Op 5 mei denken we aan de bevrijding en op 6 mei herdenken we mijn opa die op die datum overleed.’

‘Als kind reden we net na het grote bombardement van mei 1940 door Rotterdam heen met een taxi.’ Bij mevrouw Tjabring-Smit (83) komen weer beelden boven: ‘Wij waren onderweg en moesten door de stad. Rotterdam stond in brand. Ik kon de hitte door de autodeur heen voelen. Dat maakte erg veel indruk, ik ben het nooit vergeten.’ Erna (56) luistert aandachtig. Derek (30) maakt tussendoor grapjes en vult zijn oma aan. ‘Terwijl zij in die taxi over de Coolsingel reed, was mijn opa tussen de puinhopen van dezelfde stad op zoek naar bruikbaar brandhout. Twintig jaar later hebben zij elkaar ontmoet, in Rotterdam. Ze zijn op veel plekken in de wereld geweest, maar bleven uiteindelijk in Rotterdam wonen. ‘

Gijsingflats

Mevrouw Tjabring-Smit: ‘Net na de oorlog woonde ik met mijn ouders en broers aan de Schiedamseweg. Op de plek waar de Gijsingflats zouden komen was toen nog een lege vlakte, daar lieten we de honden uit.’ Hier vielen 75 jaar geleden de bommen van de geallieerden, die de wijken Bospolder en Tussendijken per abuis bombardeerden. ‘Aan de overkant had je noodwinkels, supermarkt Simon de Wit, bakkerij Van der Meer en Schoep, een noodapotheek en een nooddokter.’ Jaren later ging zij, inmiddels getrouwd, in een van de vijf Gijsingflats wonen. De herdenking van het bombardement is 31 maart. Op de gevel van een van de Gijsingflats komt een gedicht van Derek die vorig jaar stadsdichter van Rotterdam werd. Derek: ‘Mijn gevelgedicht is geïnspireerd op Jan van Ettekoven, hovenier en bloemist, die een winkeltje had in de Taanderstraat. Sinds de dag van het bombardement in Bospolder-Tussendijken raakte hij, net als vele anderen vermist. Zijn verhaal heeft mij erg aangegrepen.’

Meer herdenken

Mevrouw Tjabring-Smit, Erna en Derek hebben nog een ding gemeen: de behoefte om meer en breder te herdenken dan alleen de Tweede Wereldoorlog. Erna: ‘Helaas is er nog veel oorlog in de wereld. Laten we meer mensen betrekken bij de herdenkingen en ook andere oorlogen belichten. Hoe kun je nog herdenken als er geen ouderen meer zijn? Dan wordt onze dodenherdenking een leeg ritueel. Bovendien mogen de verhalen en de lessen die we eruit trekken niet verdwijnen.’ Geen herdenking dus zonder een link naar de actualiteit. We moeten er iets van leren, zodat de doden niet voor niets zijn geweest. Derek: ‘Het hier van toen is het nu van daar. Oorlog is oorlog, maar sommige mensen spreken over ‘onze’ oorlog. Als je alleen spreekt over de Tweede Wereldoorlog, dan sluit je mensen uit. Mensen uit Syrië of Irak hoef je niet uit te leggen wat oorlog of verzet is.’

Verbinden

Hoe dan ook, het blijft belangrijk om stil te staan bij de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Tjabring-Smit: ‘Ook latere generaties kunnen lessen leren uit de oorlog. Alleen al als het gaat om het ervaren van vrijheid.’ Derek: ‘Het enige voordeel van zoiets verschrikkelijks als oorlog is dat het mensen op een bijzondere manier voor altijd verbindt, zelfs over de generaties heen. Verhalen zijn een ingang om mensen met elkaar te verbinden. Mensen van toen met mensen van nu, en mensen van hier met mensen van daar.’

Dit interview is verschenen in het programmaboekje ‘Herdenking Vergeten Bombardement Bospolder Tussendijken’. Met dank aan Yvette van Dael. 

Foto: Fevelina Productions

 

 

 

 

 

Twee werelden

 

Koffie voor Geluk & Stroop willen de buurt een beetje mooier maken en bouwen vanaf maart 2016 maandelijks een gezellig terrasje op straat, op willekeurige plekken in de wijk. We nodigen buurtbewoners en voorbijgangers uit voor een kopje koffie, een stroopwafel en een gesprek over de plek. Dit keer: Mathenesserweg 128A. Een schitterend pandje, dat al jaren leeg staat. Welke herinneringen roept deze plek op? Wie heeft er gewoond of gewerkt, of wat zou ermee moeten gebeuren?

Niet lang geleden kwamen ze in de wijk wonen. Het waren buren en nu ook vrienden. Jonge creatieve mensen die heel veel lachen. Vol met frisse ideeën. En veel zin ook, om er iets van te maken. Het leven in deze straat, de wijk, het is allemaal één grote ontdekkingstocht. Op ons terras is het koud. De koffie helpt, want die is warm. En lachen helpt ook. Er valt zo veel te ontdekken waar je om kunt lachen. Van die vage ondernemers, taalfouten in de reclameborden, het eten uit alle windstreken. Leuk juist joh, dat multiculturele. Van alle nare dingen merken ze niet veel. Een groot afhaaldiner met eten van alle tentjes uit de buurt zou leuk zijn. Een goeie friettent met Raspatat is niet te vinden. Is dat een goed idee voor dit pand? Het staat toch zeker al drie jaar leeg.

Twee werelden. Die van de nacht en die van de dag. Van de overkant en van hier. Van zij en van wij. Je bent een crimineel of een bewoner. Er zitten kogelgaten in de muur, zegt de buurvrouw. Tijdens het schietincident in oktober vorig jaar stond ze met haar kinderen op straat. Op een beneden verdieping wil ze nooit meer wonen. Tegenwoordig bellen zij de politie niet meer. Ze weten hoe het schieten klinkt. Soms is het gewoon even heel hef-tig. En toch wonen ze hier met plezier. Al tientallen jaren. En in al die jaren dat ze hier wonen hebben de bewoners van dit blok huizen veel aan elkaar gehad. Het is een hechte groep bewoners. Vroeger was het een chique straat. De notabelen woonden er graag. Toen reed de tram er ook nog doorheen. En je had er hele gewone winkels.

Een Marokkaanse man vertelt dat er in dit pandje altijd een slagerij zat. Oh? Maar het pand ziet er van binnen zo kantoor-achtig uit. Ja, heel even was het een vertaalbureau. Maar daarvoor was het echt een slagerij zegt een andere buurvrouw. Zelfs héél, heel lang. De slager zat altijd op een krukje pal voor de deur. Als er een klant kwam, dan liep hij met je mee naar binnen. Haar moeder weet nog wat er daarvoor inzat. Een visboer. Zelf hadden zij toen nog een drogisterij in het pand ernaast. Die winkel is nu omgebouwd tot woonhuis. Zeventig jaar woont de vrouw er nu, op de Mathenesserweg. Haar dochter woont erboven.

De mensen staan te wachten bij de pinautomaat. Verbazing. Je ziet ze denken. Wat doen ze daar op dat terrasje? Ja koffie drinken mevrouw. Komt u er ook bij? Een buurvrouw vertelt verder. Aan de overkant, bij Durum Evi, zat vroeger een wasserette/stomerij. Die meneer was ook heel oud. Nadat zijn vrouw overleden was, gebruikte hij de winkel als zijn woonkamer en wachtte dan op mensen die hun kledingstuk kwamen stomen. De ABN AMRO sluit in april zijn deuren. Daar maken ze zich wel zorgen over. De buren vinden trouwens dat er van dit pandje het beste een woonhuis gemaakt kan worden. De aanloop is er niet. Dus ja. Nee, zoals vroeger wordt het niet meer. En toch is het er goed toeven. Ieder in een eigen wereld.

FullSizeRender

Koffie Voor Geluk #Billboard shopping mall

‘Toeval bestaat niet’ zegt Fred, door veel mensen in de Surinaamse gemeenschap meneer Fred genoemd, als wij ietwat warrig vertellen wat er aan de hand is. We hadden gedacht Koffie Voor Geluk te organiseren in de pop-up store even verderop op de West-Kruiskade. Maar per ongeluk was het adres van de Billboard Shopping opgenomen in de agenda van de wijkkrant. ‘Oh maar wacht eens even’, zegt meneer Fred. Razendsnel denkt hij met ons mee en ziet mogelijkheden voor ons in zijn Kultura shop. Binnen een paar minuten zijn we live in de uitzending van Stanvaste, een Surinaams radiostation, én is de koffie voor de volgende dag geregeld.

Lees de rest van het artikel op de website van Aktiegroep Oude Westen

Of hieronder:Schermafbeelding 2015-03-31 om 13.43.23

De Rotterdammert

 

Een Rotterdammer noemt zichzelf een Rotterdammert. Met zo’n natte T, een rollende R en de nadruk op ‘dam’. De Rotterdammer is hard, maar heeft een klein hartje en houdt van gezelligheid. Nooit te beroerd om te werken en staat altijd voor iedereen klaar. Hij werkt liever hard (= zich`t leplazerus werrûke) dan dat ie om hulp vraagt. Mouwen opstropen en vooral niet zeiken. Zoiets. Rotterdammers zijn recht door zee. Sommigen zeggen: ontoegankelijk en onvriendelijk, anderen noemen het betrouwbaar en eerlijk. Maar je weet in elk geval wel wat je aan hen hebt. De ‘Niet-lullen-maar-poetsen mentaliteit’.

Multi-culti, Feyenoorder, alto, hiphopper, skater  of yup. Rotterdam heeft vele gezichten en meer dan 170 nationaliteiten die er wonen. De Rotterdammer mixt en kijkt niet waar iemand vandaan komt. Ja, lekker belangrijk waar iemand vandaan komt. Niet dus. Mijn tante vertrok ooit uit Rotterdam. Veel later zei ze tegen me: “Je kan het meissie wel uit Rotterdam halen maar Rotterdam niet uit het meissie!”

De Rotterdamse ondernemer heeft een no-nonsense mentaliteit. Hij stroopt z’n mouwen op en gaat aan de slag. Aan ‘t werrûk, zo gezegd. Hij wordt gedreven vanuit optimisme en een onuitroeibare drang om door te gaan. Ook en juist bij tegenslag. De een heeft een Eritrees restaurant. Een ander wil graag gouden tanden plaatsen. En weer een ander richt zich op duurzame vastgoedontwikkeling. Stap een Rotterdamse kroeg in en je komt op dezelfde avond in gesprek met een havenbaron, kapper, advocaat én marktkoopman. En dat wordt lachûh natuurlijk. De Rotterdamse ondernemer vindt alles goed, als je maar gezellig doet.

Het hart van een Rotterdammer gaat sneller kloppen bij het uitzicht vanaf de Maasboulevard. Hij houdt van de onmiddellijke nabijheid van de Maas. Hij rijdt er graag voor om, zeker als hij even is weggeweest. Lopend over de Kruiskade, de Nieuwe Binnenweg, de kop van Zuid, de gebouwen vertellen de verhalen. De oase vol contrast; tussen oud en nieuw, lelijk en mooi. Dat snapt alleen hij. Daar is hij Rotterdammer voor.

DE Rotterdammer heeft één grote liefde. Die liefde vlamt in zijn hart, het is zijn bloed. Voor die liefde gaat hij door het vuur. Springt ie in de Maas desnoods. Die liefde is onvoorwaardelijk. Hij sterft nog liever dan dat hij haar in de steek laat. Rotterdam. Deze stad kom je plotseling tegen. Het is een cadeau, een geheim dat je mag ontdekken. Mijn stad. Jouw stad. De stad van alle Rotterdammers.

Tekst geschreven voor een inspiratieboekje in opdracht van The Crazy Ones Klant: Rabobank