Wat een sloppenwijk een sloppenwijk maakt, is wellicht de mate van ontmoediging, desillusie en wanhoop. Jonge, dronken vrouwen met kleine kinderen, hangend langs de goot en de gorigheid. Een vrouw die zich letterlijk in mijn armen gooit en haar baby in mijn handen duwt, terwijl haar alcoholwalm in mijn gezicht slaat. Haar zicht is vertroebeld, de baby huilt hartverscheurend. Een man staat te plassen, naast vrouwen die er koken. Komt het ooit nog goed in deze wereld? Zoveel armoede en uitzichtloosheid op één plek. Het lot en de omstandigheden van mensen in een sloppenwijk wegen zwaar.
Lopend langs de afvalhopen en het open riool van Kisenyi, een van de eerste sloppenwijken van Kampala, zie ik allereerst vooral de ellendige kant van dit bestaan. Ik hoor dat het duidelijke kenmerken heeft van een oorlogsgebied met mensen in een overlevingsmodus. Dat lijkt me volkomen logisch als ik om me heen kijk en observeer. Ik zie wat misschien elke westerling als eerste ziet: wie in de sloppenwijken woont, is maar een haarbreedte verwijderd van de dood. Wat als hier een ziekte uitbreekt? Dan noem je dit vast de hel.
Als je door de deur gaat, dan ben je ‘binnen’. Heel surrealistisch, in de sloppenwijken lijkt alles een puinhoop. Er lijkt weinig verschil te zijn tussen buiten en binnen. Huizen of gebouwen zijn er nauwelijks, er zijn slechts constructies van hout en golfplaten. Hoewel de structuur op het eerste gezicht moeilijk te vinden is, zullen de gestrande mensen, de dieven en de verstotenen elkaar zeker vinden. Hoewel dat waarschijnlijk een bittere noodzaak is om te overleven. Zoals in alle realiteiten leven er goede en slechte mensen samen. De goede mensen lijden terwijl ze hun kinderen beschermen en op zoek gaan naar voedsel die dag. Natuurlijk zijn er veel werkende principes en dingen die goed werken. Elke avond muziek, hoor ik. Helaas te gevaarlijk voor blanke, rijke (in hun ogen) vrouwen om mee te doen, zeggen ze. Is dat waar? Ook: muziek en verbinding met andere mensen in gemeenschappen op de wereld geven hoop om door te gaan.
Op internet staat dat er op dit moment ruim een miljard mensen in sloppenwijken leven, over dertig jaar zijn dat er drie miljard. Sloppenwijken hebben de reputatie arm en gevaarlijk te zijn, maar ze zijn ook laboratoria van solidariteit, ondernemerschap, creativiteit en politiek denken. De armoede en ellende van de bewoners, gecombineerd met hun werkethiek en ambities, maken de sloppenwijken een dankbaar werkgebied voor idealisten en weldoeners. Ah, daarom… Zeker als je arm bent, is solidariteit met andere mensen onmisbaar. De sociale vangnetten van de dorpen en clans bestaan hier niet. Je kunt niet op de overheid vertrouwen en je kunt het niet alleen. Dus is er een andere manier van solidariteit. Misschien zijn er nieuwe paden nodig om creativiteit te delen.
Creatieve mensen wonen vaak op dit soort plekken. De veerkracht, de vreugde, de verbinding, de kracht, de liefde en de hoop is voelbaar. Hoe kunnen we samenwerken en van de wereld een betere plek maken?
